Melk werd alleen los verkocht

Van 1939 tot 1949 woonden we aan de Heerlerweg 53 te Kunrade. De melkwagen stond gestald in de schuur bij buren en het paard had onderdak in de stal bij opa en oma Leunissen in de Pontstraat. Als pap in de namiddag thuiskwam dan bracht hij het paard naar de stal en ik mocht dan vaak op de rug van het dier zitten.

Op de bon

In de oorlogstijd en ook een tijd daarna waren de meeste zuivelproducten op de bon gesteld en pap kon in die tijd alleen leveren als er bonnen bij ingeleverd werden. Thuis moesten die bonnen op grote vellen opgeplakt worden en met de ingeleverde vellen kon pap dan weer inkopen doen. Buiten dit systeem kocht hij melk en eieren in bij boeren in de omgeving. Ruilhandel was in, maar als er geen ruilmiddelen beschikbaar waren dan moest er vaak grof geld betaald worden om de producten te kunnen kopen die je nodig had. Ik heb begrepen dat pap wel zo handig was dat hij meestal kon ruilen en dat hij toen ook vaste leveranciers had ie hem niet het vel van zijn lijf stroopten. Het waren meestal vrij redelijke lui.

Geen flessenmelk

De melk werd de eerste jaren los verkocht en niet in flessen. We hadden grote melkkannen van 40 of 50 liter. Bij de klanten werd de melk bezorgd in een schenkkan met een inhoud van 15 liter. De melk werd afgemeten met een ijzeren maat, de liter geheten. Het was een zwaar beroep zeker in de tijd toen pap zijn waren aan de vrouw bracht met paard en wagen. Vooral in de winter als het paard, s morgens voor vertrek, op scherp gesteld moest worden in verband met de gladheid. In de hoefijzers werden dan schroeven gedraaid die moesten voorkomen dat het paard uitgleed.

IJsklompjes

De winterse toestanden zijn mij het beste bijgebleven. In de open wagen hadden vorst en wind vrij spel Bij hevige vorst konden de eieren kapot vriezen en bleef alleen een ijsklompje over. Gelukkig hadden veel klanten begrip voor de situatie en kochten die eieren toch. Ook de melk kon bevriezen. Soms was er nog maar een beetje vloeibare melk en de rest was bevroren. Om de klanten toch te bedienen moest de bevroren melk los gemaakt worden en kregen ze klonters melk. Het was niet gemakkelijk om dan de juiste maat te meten maar dat werd dan op het oog gedaan.

Eikenderveld

Pap maakte werktijden van zes tot vier uur. Zijn ventroute had hij in de loop van de tijd uitgebreid en zijn klanten woonden in Kunrade, Heerlen en Voerendaal. In Heerlen woonden de klanten verspreid in veel wijken en straten. Vanuit Kunrade kwam hij via de Heerlerweg en Valkenburgerweg daar terecht. Hier bezocht hij zijn klanten die woonden in Kruisstraat, Coriovallumstraat, Geleenstraat, Saroleastraat, Stationsstraat, Esschenderweg en dan naar de wijk Eikenderveld. In deze wijk had hij heel veel klanten. Hier woonden veel mensen die bij de spoorwegen of op de mijn werkten. Op koude dagen kreeg hij er vaak een kop koffie waarbij hij zijn boterhammen opat. Ook werd het paard hier niet vergeten

Vanuit het Eikenderveld ging de route naar de Huskenskolonie en de Vrank en vandaar, over TenEsschen, naar huis in Voerendaal. Op dit laatste stuk van de route zong mijn vader vaak liedjes, meestal liedjes die in de kerk werden gezongen. Ook verraste hij ons op enkele zinnen Frans die hij nog kende uit zijn H.B.S.-tijd. Op het laatste stuk weg van de Vrank naar huis,door het open veld, was het s winters vaak erg koud en dan werden ter bescherming dikke dekens gebruikt.

Meehelpen

Al vrij jong werd je geacht thuis de handen uit de mouwen te steken. Je ging dan als hulpje mee op de route en moest nabrengen bij de klant als pap niet alles had meegenomen wat de klant nodig had. Meegaan op de route als je vrij had, maar ook dagelijks helpen met lege flessen sorteren en in de juiste kratten doen. De paardenstal uitmesten was een wekelijks terugkerend evenement. En s zaterdags de melkkannen met heet sop schoonmaken, wat vooral in de winter geen leuk karwei was. Je zat dan met de honden in heet sop en de rest van je lijf in de bittere kou buiten.

Verhuizing

In 1949 verhuisden we naar de Keerberg 20 in Voerendaal. Naast het huis was een brede oprit waar we vaak speelden en voetbalden. Achter het huis was een grote tuin en daarachter nog een weiland. Korte tijd nadat we hier intrek hadden genomen kwam de eerste grote verbouwing. Er kwam een kelder met daarbovenop de melkkamer In deze kamer werd de voorraad opgeslagen. Ook kwam er een paardenstal en een garage voor de emballage en de kar.

Spijkstaal

In 1959 werden paard en wagen ingeruild voor een Spijkstaal electrowagen. De Spijkstaal kostte 6995 gulden. Het was een flinke uitgave maar ook een grote verbetering. De cabine en de laadruimte waren gesloten en geïsoleerd. s Nachts werden de accu s opgeladen door middel van een zogenaamde gelijkrichter Het melk bezorgen werd toen veel draaglijker en comfortabeler.

Klantenboekje

De meeste klanten rekenden niet dagelijks af maar op zaterdag, de dag nadat het weekloon was ontvangen. De dagelijks gele1everde producten werden in het klantenboekje genoteerd waarin iedere klant een eigen blad had. Pap gebruikte voor het opschrijven een zogenaamd inktpotlood. Het gebeurde een enkele keer dat een klant achterstallig in het betalen bleef. Dan ging pap op zondagnaar deze klant toe en ontmoette dan ook de echtgenoot. Meestal werd de schuld dan in zijn geheel afbetaald. Soms ging dat gepaard met veel herrie en ruzie tussen de echtelieden. Het was gênant om daar getuige van te zijn, maar pap had zijn doel bereikt, de centen waren binnen.

Leveranciers

In de loop van de tijd kreeg pap steeds meer leveranciers. De grootste was melkfabriek de Mijnstreek uit Heerlen, die s morgens in alle vroegte de flessen in kratten afleverde. Degens uit Heerlerheide leverde iedere week de roomboter en de eieren en de firma Slangen bracht kaas en bijzondere melkproducten.

Pap moest steeds een inschatting doen wat hij per dag dacht te verkopen. In de loop van de jaren had hij daarin een goed oog gekregen. Het was natuurlijk de bedoeling dat de ingekochte artikelen allemaal dagelijks aan de vrouw werden gebracht. Dan werd ook de meeste winst gemaakt. Er bleef wel eens het een of ander over en in de wintertijd was het ook geen probleem om de overgebleven spullen de andere dag te verkopen. Dit kon natuurlijk niet met de losse melk. Die moest dezelfde dag nog geconsumeerd worden, zeker in de zomer als demelk de hele dag open en bloot, weliswaar op de wagen in de grote kannen, in de zon had gestaan.

Pudding

De overgebleven losse melk werd met het grootste gemak in het grote gezin gebruikt. Er werd pap van gemaakt en als er nog iets restte dan maakte mam daar pudding van. Naar gelang de hoeveelheid restmelk werden de pannen pudding groter. De keuze in de soort pudding was gering het was custard of griesmeel. Mam had een aantal vormen waarin de pudding werd gedaan. Vis-, konijn- en eendvormen hadden we. Custardvla vonden we het lekkerste en met het harde vel had niemand een probleem. Bij het maken van griesmeelpudding was het altijd uitkijken geblazen, die kon makkelijk

Jo Leunissen, Heerlen
Dit verhaal is een verkorte en gewijzigde versie van een hoofdstuk uit de Herinneringen die Jo in 2016 heeft opgeschreven voor zijn kleinkinderen


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *